Luukie’s Voetbalschool
Ik ben Luuk Broers, 25 jaar oud en speel zelf al jaren voetbal en zaalvoetbal. Zelf heb ik een aantal jaren gevoetbald bij Helmond Sport (BVO) en gezien hoe het er daar aan toe gaat. Naast deze ervaring zie ik als voormalig jeugdtrainer ook hoe er getraind wordt bij verschillende amateurverenigingen. Er is een groot verschil tussen een trainer van een amateurvereniging en een gediplomeerd trainer van een BVO (Betaald Voetbal Organisatie). Zelf ben ik me gaan ontwikkelen binnen het vak als trainer, door ervaringen als jeugdtrainer, mijn cursussen en opleidingen die ik heb gevolgd. Zo heb ik verschillende KNVB-trainers diploma’s behaald en mijn afstudeeronderzoek gedaan over prestatie verbetering binnen het voetbal. Dit onderzoek ging over prestatie verbetering door middel van het toepassen van differentieel leren, dat overeenkomt met de visie van Julian Nagelsmann. Na mijn onderzoek ben ik ervan overtuigd geraakt dat deze manier van trainen spelers op lange termijn beter maakt.

Trainingsfilosofie
Ik werk vanuit de visie van het differentieel leren. De belangrijkste methodiek in de trainingen is het aanbrengen van zeer veel variatie. Geen vaste patronen inslijpen, maar spelers continu overladen met nieuwe prikkels, nieuwe regels en nieuwe weerstanden.

Het gevaar is dat je iets gaat doen omdat je het nu eenmaal hebt getraind, en niet omdat het de passende oplossing voor een probleem is. Daarom staan mijn trainingen bol van de variatie, om automatismen evenals verveling te voorkomen. Verveling staat leren in de weg. 

Differentieel leren
Differentieel leren is het tegenover gestelde van traditioneel leren. Dit is het aanleren van de ideale bewegingsuitvoering. Een afwijking van deze ideale bewegingsuitvoering wordt dan ook vaak gezien als een fout die eruit gehaald moeten worden door middel van instructies en feedback. Bij differentieel leren worden kleine verschillen in bewegingsuitvoering waargenomen door het zelfregulerende systeem. Dit systeem neemt deze kleine verschillen waar en kan het mechanisme aan het werk zetten om de beweging aan te passen. In de leersetting worden allerlei varianten van dezelfde beweging door elkaar aangeboden, waardoor het zelfregulerend systeem constant aanpassingen moet doen. Bij traditioneel leren worden andere uitvoeringen al snel aangezien als fout. Deze zogenoemde fouten worden binnen differentieel leren gezien als belangrijke informatie om bij een beweging tot de juiste uitvoering te komen. Volgens differentieel leren is het aanleren van nieuwe bewegingspatronen (traditioneel gezien fouten) juist goed voor het brein. Hoe meer variatie, hoe meer het brein moet worden uitgedaagd en opzoek moet gaan naar oplossingen dat weer goed is voor het leerproces.

Als er goed naar de uitvoering gekeken wordt, bestaat de optimale techniek ook op individueel niveau alleen in theorie. Differentieel leren leidt, in vergelijking met traditioneel leren, niet alleen tot betere uitvoering tijdens de oefening, maar ook tot een beter behoud van het geleerde in de retentiefase. Sterker nog, omdat het brein aan het werk wordt gezet om te zoeken naar oplossingen, kan de retentiefase nog langer voortgezet worden. Dit terwijl bij het traditioneel leren de deelnemer direct na de oefening alweer informatie verloren is.